Op jonge of volwassen leeftijd doofblind worden betekent een ingrijpende verandering in je leven. De eerste veranderingen in zien en/of horen lijken misschien nog wel heel minimaal, maar ze stapelen zich beetje bij beetje op. Heel geleidelijk. Hieronder kun je meer lezen over doofblind worden op jonge of volwassen leeftijd.
Hoeveel mensen zijn doofblind geworden op jonge of volwassen leeftijd?
Meest voorkomende oorzaak: syndroom van Usher
Doofblind worden is een proces van aanhoudend incasseren van verliezen in zien en/of horen. Op jonge leeftijd heb je vaak nog relatief goed kunnen zien en/of horen en maakte je gebruik van compensatie van het zien of horen. Een voorbeeld is het spraakafzien (liplezen) bij doven en slechthorenden. Mensen die op jonge of volwassen leeftijd doofblind werden, ervaren dat de combinatie van beperkingen in zien én horen meer is dan de twee beperkingen los van elkaar gezien. Men zegt ook wel eens dat één en één niet gelijk zijn aan twee. Op jonge of volwassen leeftijd doofblind worden vraagt om enorm veel aanpassing in het dagelijkse leven.
Aspecten die bij doofblind worden sterk een rol spelen zijn:
De beperkingen van doofblindheid hebben meestal te maken met communicatie, informatie en/of mobiliteit. Deze beperkingen kosten veel energie, waardoor je vaak snel vermoeid bent. De beperkingen ervaar je altijd en overal. Waar je ook bent en wat je ook doet. Op het werk, op een verjaardag of bij het sporten. Buiten, maar ook binnen bij het huishouden, de persoonlijke verzorging en het gezinsleven. Mensen die doofblind (geworden) zijn, ervaren hun beperkingen heel verschillend vanwege de grote verschillen in doofblindheid.
Als je slechthorend geboren bent en in de loop van je leven ook slechtziend wordt, merk je dat dingen heel veel energie kosten. Bijvoorbeeld op je werk. Met de arbeidsdeskundige kun je geschikte werkzaamheden zoeken en kijken hoe je je werkplek het beste kunt inrichten. Zodoende kun je een nieuwe energiebalans vinden. Zie ook de rubriek werk.
Als je blind bent, ben je gewend om je gehoor en tastzin te gebruiken. Meestal heb je braille geleerd. Om je te oriënteren luister je goed naar de geluiden om je heen. Hoe gaat dat dan als je doof wordt en communiceren lastig wordt? Je zult samen met een communicatiedeskundige een combinatie van communicatietechnieken en hulpmiddelen kiezen en oefenen. De Tella Touch is dan bijvoorbeeld een geschikt hulpmiddel voor binnenshuis. Dat is een apparaat waarop je in braille voelt wat er getypt wordt. Op straat kun je het lormalfabet gebruiken. Dit is een alfabet van tikjes en streepjes op de hand. Zie ook de rubriek Communicatie.
Als je doof geboren bent, ben je meestal opgegroeid met andere dove kinderen. Je gebruikt je ogen extra goed om de doofheid te compenseren. Als je later ook slechtziend wordt, is een van de problemen het alleen naar buiten gaan. Door met hulp van een mobiliteitsdeskundige met een stok te leren lopen en je omgeving met stok te verkennen, kun je in je buurt weer alleen naar buiten gaan. Zie ook de rubriek Mobiliteit en oriëntatie.
Waneer iemand tijdens zijn leven doofblind wordt, wordt dat niet-aangeboren of verworven doofblind genoemd. De term vróeg verworven doofblindheid wordt gebruikt om onderscheid te maken met ouderdomsdoofblindheid. Niet-aangeboren doofblindheid kan ontstaan door een ziekte, ongeval of een erfelijke aandoening.
Volgens de meest recente schattingen zijn er in Nederland ongeveer 1000 mensen die op jonge of volwassen leeftijd doofblind zijn geworden.
Een van de meest voorkomende oorzaken van vroeg verworven doofblindheid is het syndroom van Usher. Dit is een erfelijke aandoening waardoor slechthorendheid/doofheid en slechtziendheid/blindheid ontstaat. Soms is er ook sprake van evenwichtsproblemen. Er zijn drie vormen van het syndroom van Usher: type 1, type 2 en type 3. De eerste twee types komen het meest voor.
Vanaf de geboorte is er sprake van doofheid en evenwichtsstoornissen. Door de evenwichtsproblemen gaan de kinderen minder snel zitten en lopen. Rond het tiende levensjaar gaat het zicht achteruit, beginnend met nachtblindheid. Op den duur kan het zicht helemaal verdwijnen.
Vanaf de geboorte is er sprake van gehoorproblemen. Er komen geen evenwichtsstoornissen voor. In het begin van de puberteit begint de slechtziendheid.
Vanaf de geboorte zijn er geen problemen met zien en horen. In de kindertijd gaat het gehoor en gezichtsvermogen merkbaar achteruit. Daarnaast treden er ook evenwichtsstoornissen op.
Ga voor meer informatie naar de website erfelijkheid.nl
UsherFiles/ groups.msn.com/UsherFiles
Zie ook de rubriek Lotgenotencontacten
Foto: ©Bartiméus
Citaat
“Mijn wereld stortte in. Ik was complete knock-out geslagen. Mijn zelfbeeld was weg, net als mijn eigenwaarde en mijn toekomst. Ik had alles verloren wat ik had opgebouwd. Ik zag beelden van ravage: werk, school ,vrienden en mijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Ik begon helemaal opnieuw.” (Roy, 31 jaar)
“Bij elke nieuwe input aan informatie scan ik automatisch of het belangrijk is… Ik lijk gemakkelijk afgeleid voor anderen. Het is een voortdurend proces van het afwegen van de informatieve waarde van geluiden en beelden en het is erg vermoeiend.”
Bron: Doofblind; 1 + 1 ≠ 2, M. de Kok, Visio, 2007