Communicatietechnieken voor mensen met doofblindheid

Welke communicatietechniek je kiest, hangt af van je persoonlijke situatie. Hieronder staan verschillende communicatietechnieken beschreven

    • Nederlandse Gebarentaal (NGT): Communicatie met behulp van gebaren van de handen, mondbewegingen en mimiek. NGT heeft een eigen grammatica. Kennis van het Nederlands is niet noodzakelijk. Als je vanaf je geboorte doof bent, gebruik je vaak NGT. Meer informatie hierover is te vinden op www.gebarencentrum.nl
    • Nederlands ondersteund met gebaren (NmG): Dit is gesproken Nederlands dat ondersteund wordt met gebaren voor de belangrijkste woorden. NmG maakt gebruik van dezelfde gebaren als NGT, maar is gebruiksvriendelijker als je op latere leeftijd doof werd. Zie ook www.gebarencentrum.nl
    • Tactiele gebaren: De gebaren van de Nederlandse Gebarentaal worden tastbaar gemaakt. Je houdt de handen van elkaar losjes vast en voelt zo de gebaren af. Mensen die doof zijn geboren en later blind werden, gebruiken vaak tactiele gebaren.
    • Blokletters in de hand: In je hand worden blokletters geschreven. Je moet goed kunnen lezen.
Meer over: Blokletters (word document, opent in nieuw venster)
    • Vingerspelling in de lucht of in de hand (Handalfabet): Voor iedere letter is een handvorm. Deze handvormen worden in de lucht of in je handpalm gespeld. Je moet Nederlands kunnen lezen.
Meer over: Vingerspelling in de lucht (word document, opent in nieuw venster)
 Meer over: Handalfabet (word document, opent in nieuw venster)
    • Spraakverstaan: Sommige mensen met slechthorendheid kunnen nog spraakverstaan. Het is dan belangrijk dat de geluidsomgeving rustig is, de communicatiepartner goed articuleert en rustig en duidelijk spreekt.
    • Spraakafzien (liplezen): Het aflezen van klanken van iemands mond, gecombineerd met non-verbale informatie zoals gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Je hebt kennis van spreektaal nodig en moet nog wat kunnen zien.
    • Braille: Een systeem van letters en leestekens gevormd door een combinatie van voelbare puntjes. Je moet de Nederlandse taal beheersen om braille te kunnen leren.
    • Lorm: Voor iedere letter is een tikje of een streepje op een bepaalde plaats op de hand. De letters worden in je hand gemaakt. Je moet Nederlands kunnen lezen.
Meer over: Lorm (word document, opent in nieuw venster)
    • Social haptic communication: <later invullen ivm werkgroep SHC>
    • Pictogram: Een (voelbaar) symbool met een vaste betekenis. Er bestaan verschillende systemen van pictogrammen. Ook deze methode wordt gebruikt voor mensen met een laag taalniveau.
    • Verwijzer: Een voorwerp met een vaste betekenis, bijvoorbeeld een vork voor eten. Het is geen algemeen systeem en wordt per persoon ontwikkeld. Het wordt vaak gebruikt voor mensen met een laag taalniveau.